Willem Beekman’s liefde voor planten

Willem Beekman

Het waren de planten die Willem het meest fascineerden, tijdens het eerste jaar van zijn studie biologie in Amsterdam; de plantennamen vond hij magisch: “in het Latijn neigde het naar tovenarij.”

Jaren, in het veld en achter de microscoop, hield hij zich bezig met de systematiek van het plantenrijk en de anatomie van de planten. De al 42 jaar in Tiel wonende Willem is niet verder gegaan in onderzoek. Hij gaf biologieles op Warmonderhof, de biologisch dynamische landbouwschool in Kerk-Avezaath. Als directeur van de Hortus Botanicus in Amsterdam heeft hij gewerkt aan de overgang van universiteits- naar particuliere tuin. Aan de Wageningse universiteit was het knokken voor de vakgroep biologische landbouw, die na een kort bestaan in 2010 sneuvelde in het geweld van technologie en hoge productiviteit. De laatste 15 jaren heeft Willem de natuur als metafoor gebruikt binnen organisaties; Hij nam kantoorpersoneel mee in de wijsheden uit de natuur, aan de hand van voorbeelden over leiderschap, samenwerking en veranderingen. Gaande weg hebben bomen steeds meer zijn interesse gekregen. Willem verzorgt rondleidingen in het ‘Von Gimborn Arboretum’ (Doorn), de grootste verzameling bomen in Nederland (meer dan 3000 soorten).

Wat versta jij onder natuur?

“De ordening van de schepping; Al wat om ons heen aanwezig is, ofwel: de ons omringende kosmos. De mens maakt weliswaar onderdeel uit van het geheel, we zijn niet in alle aspecten één met de natuur; we hebben een behoorlijke cultuurlaag, dat is geen dun laagje dat je er makkelijk afkrabt. Met ordening bedoel ik dat alles in de natuur ingenieus op elkaar afgestemd is. In de natuur zijn twee dingen heel belangrijk: geweldige concurrentie/strijd en geweldige samenwerking.”

Korstmossenintermezzo ~voorbeeld van geweldige samenwerking

Een korstmos is een zeer krachtige samenlevingsvorm van een alg en een schimmel. Ze hebben elkaar nodig, leven van de lucht. De alg legt licht vast en maakt daar via fotosynthese koolhydraten van. De schimmel legt vocht vast. Ze geven de stoffen aan elkaar  en worden zo duizenden jaren oud. Afzonderlijk hebben ze nauwelijks kleur, samen schitteren ze je tegemoet.

Natuurervaringen

De passie voor natuur is ontstaan in zijn eerste jaren. De eerste natuurervaring op 4 of 5 jarige leeftijd, weet Willem nog levendig. “Ik liep aan de hand van mijn vader in het Groenendaalse bos, aan de zuidkant van Haarlem. Wandelend door een laan, viel mijn oog op een open plek, waar een bundel zonlicht op scheen. Ik rukte me los en liet me languit voorover in het veldje Lelietjes der dalen vallen, omringt door die heerlijke bloemengeur.”

Een latere natuurervaring was aanleiding voor zijn studiekeuze. “Lopend door het Middenduin van Overveen, werd mijn aandacht getrokken door een geel bloempje zonder bladeren. Het was eind februari en ik stond aan de grond genageld door dit wonder; zo uit de arme grond en waar haalt ie het geel vandaan!?”

Wat vind je intrigerend aan planten?

Een moeilijke vraag, vindt Willem. Hij zet z’n academische kennis even aan de kant. “Ik word geraakt door hun serene schoonheid; de bloemen, stralende vormen, prachtige kleuren, waanzinnige samenwerking met insecten, de bladeren die rustig hun vorm laten zien, de bomen met hun kolossale groottes en vormen, herfstverkleuringen… Ik ben groot geworden op het boerenland, op Thedingsweert, waar ik kon meeleven met de seizoenen. Dat voel je op het boerenland en zie je aan de gewassen en de grond. Dat ontroert me. Als er iets is waaraan je de seizoenen kunt aflezen, zijn het planten.”

Geworteld in de Betuwe

“Ik ben verknocht geraakt aan de Betuwe; enerzijds vanwege de indrukwekkende rivier de Waal, zeker ook door het binnenland met haar fruit. Ik ben gek op appel- en perenbomen, in deze bomen weerspiegelen zich de seizoenen sterk. Nu is het herfstig, de vruchten zijn rijp, de bomen tonen hun volheid.”

Struinen langs de Waal

“Struinend langs de Waal, houd ik vooral van die planten die het net redden in het zand op de rivieroever, de kruisdistel en doornappel bijvoorbeeld. Op steenworp afstand van het water, overleven zij in een soort woestijn. En de grassen, de weelde en veelheid van vormen! Gras is dé succesplant van de wereld. Mijn favoriete struingebied is de Kleine Willemswaard vlakbij het centrum van Tiel. Sinds het gebied een aantal jaren geleden uit de landbouw gehaald is, volg ik de opkomende planten op de voet. In deze kleine uiterwaard zijn veel overgangen en dicht bij elkaar zijn zeker vijf verschillende groeimilieus met heel eigen vegetatie.”

Dé rivierboom

Nou ik de kans heb, vraag ik deze deskundige naar dé rivierboom. “Onmiskenbaar de oer-Hollandse Wilg, die er tegen kan langdurig onder water te staan. Voor biologen die uit zijn op het determineren van soorten, is de wilg een verschrikking. De wilg bastaardeert namelijk; de soort stroomt als een rivier, de ene wilg vloeit over in een andere.”

Oktober 2019, Emmie Nuijen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.